Begonnen op de skeelers, nu begenadigd marathonschaatser.

Rémon Vos (22) uit Staphorst laat zich steeds meer gelden. Komende week staat hij op de Weissensee.

Het interview is net ten einde als Rémon Vos opstaat, zijn stoel aanschuift en bescheiden zegt: „zo groot is mijn palmares ook niet, hè.” De marathonschaatser, 22 jaar pas, staat nog niet wekelijks in the picture. Snap-ie ook wel. Maar in de eerste maand van 2020 is dat ineens aan het veranderen. Een dag eerder nog, in zijn geboortedorp Staphorst, heeft Vos een verslaggever van een andere krant te woord gestaan. En nu, op zaterdagavond in het Groningse sportcentrum Kardinge, mag hij wéér over zichzelf vertellen.

Het gaat ineens rap. Dat heeft natuurlijk te maken met 1 januari, de dag dat Vos in Enschede nationaal kampioen wordt bij de neosenioren. Tien dagen later boekt hij in Groningen zijn tweede zege van het nog prille kalenderjaar. In het rood-wit-blauw, het kampioenspak dat bij sporters net even wat extra’s naar boven haalt. Ook bij Vos, dat blijkt.

Of hij sinds die NK-titel al telefoontjes van andere ploegen heeft gehad? Nul, zegt Vos eerlijk. En hij haast zich erbij te zeggen dat hij niet anders had verwacht. Bovendien: hij heeft het naar zijn zin bij zijn huidige team Bouwselect, waar hij voor de opleidingsploeg rijdt. Bij de beloften.

„Ik had wel de ambitie om dit seizoen al in de topdivisie te rijden”, stelt Vos. Het hoogste niveau, tussen mannen als Gary Hekman, Jorrit Bergsma en Sjoerd den Hertog, Dáár wil je staan. „Maar er moet ook ruimte zijn in de ploeg. Als ik doorschuif naar de A’s, gaat dat ten koste van iemand anders, Dan moetje afwegingen maken als ploegleiding. Ik ben jong, maar vind dat ik nu wel de stap kan zetten naar de topdivisie. Dat heb ik ook aangegeven. Hopelijk hebben ze vertrouwen in me.”

Vos, als klein hummeltje begonnen op de skeelers, is het marathonschaatsen er op een gegeven moment bij gaan doen. Als alternatief voor de wintermaanden. Inmiddels combineert hij beide sporten moeiteloos, zelfs met zijn zware studie aan de universiteit van Groningen. Biomedische wetenschappen, daar is hij voorlopig nog wel even zoet mee. Vos laat zien dat het kan: presteren Op het ijs en in de collegezaal.

Over een paar dagen vertrekt Vos met z’n ploeggenoten naar Oostenrijk, voor de jaarlijkse wedstrijden op de Weissensee. Natuurijs, bergen, sneeuw. Het wordt zijn derde keer. „Daar kijken de ploegen vaak al naar het plaatje voor het nieuwe seizoen. Er zal al wel een idee zijn over de invulling en ik hoop dat ik de leiding van de ploeg heb kunnen overtuigen. Ik houd alle opties open, al heb ik op dit moment geen reden om wat anders te zoeken.”

Maar diep van binnen Wil hij gewoon naar die topdivisie. Het echte werk. Voor Vos is het geen onbekend terrein. Dankzij doorstroom wedstrijden en absenties binnen het team heeft hij al een paar marathons tussen de A’s mogen rijden. Zeer waardevol, stelt Vos. „Het verschil is echt heel groot. Een NK-titel bij de beloften is mooi, maar daar winnen wil niet zeggen dat ie automatisch ook mee gaat doen in de topdivisie. Dat ik nu al af en toe mee kan rijden, betaalt zich wel uit.”

Fotograaf: Erik Homan